Locatie pastorie en eerste atelier

In een bijgebouwtje van de pastorie van de NH kerk in Etten had Vincent van Gogh zijn eerste atelier. Het gebouw staat er niet meer, maar een standbeeld markeert de plek.

Het gezin van dominee Van Gogh, met de nog thuiswonende jongste zoon Cor, neemt in 1875 haar intrek in de pastorie. Het is een groot huis aan de Roosendaalseweg 4, gelegen in het centrum van het dorp tussen de Markt en de Bisschopsmolenstraat aan de rijksweg van Breda naar Roosendaal (huidige locatie: Binnentuin, achterzijde Stadskantoor).

In 1904 is de domineeswoning afgebroken en vervangen door een nieuwe pastorie. Die is inmiddels ook weer verdwenen en op deze plek staat nu een modern gemeentehuis. Een bronzen beeldje van Vincent (gemaakt door Hein Vree) verwijst naar de historische locatie van de oude pastorie. Het staat kadastraal gezien exact op de plek van Vincents allereerste atelier.

Er is een ansichtkaart bewaard gebleven van een foto met daarop de helft van het gebouw waarin de Van Goghs woonden. Bovendien is het huis diverse malen getekend. In 1831 maakt de militair David Gevers van Endegeest een tekening van de pastorie die na de Belgische Opstand dienstdoet als hoofdkwartier van een regiment militairen. Vincent tekent de pastorie in 1876 en In de zomer van 1881 legt ook zijn vriend Anthon van Rappard het gebouw vast.

Wanneer Vincents ouders hun intrek nemen in de pastorie te Etten werkt Vincent nog in de kunsthandel van zijn oom Cent in Parijs. Hij bezoekt ze voor de eerste keer met Kerstmis 1875. Theo komt dan ook vanuit Den Haag. Vermoedelijk wordt gesproken over Vincents werk in de kunsthandel. Dat gaat niet goed, ontslag ligt in het verschiet. Vincent begint te solliciteren naar een betrekking als leraar in Engeland. De dag na zijn 23ste verjaardag reist hij opnieuw naar Etten. Hij is ontslagen bij kunsthandel Goupil & Cie en onderweg naar de Engelse badplaats Ramsgate waar hij op proef aan de slag kan als hulponderwijzer. De sfeer op de pastorie is vredig. Cor krijgt pianoles en vader zit in het tuinhuisje voor de catechisatie. ‘’t Word heel lief in de tuin’, schrijft moeder aan Theo.

Vincent blijft tot 14 april 1876 in Etten. Hij maakt twee tekeningen van de pastorie en naastgelegen kerk. Een daarvan geeft hij cadeau aan zijn jongste zus Willemien, die aanvankelijk niet is meeverhuisd naar Etten, maar voor een jaar is vertrokken naar haar zus Anna in het Engelse Welwyn.

Na enkele maanden op de school van William Stokes in Ramsgate, verhuist Vincent naar Isleworth om daar les te geven op de school van Thomas Slade-Jones. Met Kerstmis keert hij terug naar zijn ouders in Etten. Theo is er dan ook weer. Samen maken ze een lange wandeling door de sneeuw naar Chaam om hun vader, die daar waarneemt, te horen preken. Tijdens zijn verblijf regelt oom Cent een baan voor Vincent bij boekhandel Blussé & Van Braam in Dordrecht. Zijn loopbaan in de boekhandel is echter van korte duur. Hij ontwikkelt een groeiende interesse voor religie en geeft aan dat hij verder wil in de voetsporen van zijn vader en grootvader. ‘Het is mijne bede en innig verlangen, dat den geest van mijn Vader en Grootvader ook op mij moge rusten, en het mij moge gegeven worden te zijn een Christen en een Christen werkman, dat mijn leven moge gelijken hoe meer hoe liever, want zie, die oude wijn is goed en ik begeer geen nieuwe, op dat van Hen die ik daar noem. Hun God zij mijn God en hun volk mijn volk, dat dit mijn deel moge zijn: Christus te leeren kennen in Zijne volle waarde en te worden gedrongen door Zijne liefde.’

Vincent keert begin mei 1877 terug naar Etten en vertrekt vandaar naar Amsterdam voor een vooropleiding van een studie theologie. Hij kan inwonen bij oom Jan, die op dat moment directeur is van de marinewerf. Ondanks een grote inzet valt de studie hem zwaar. Na een jaar geeft hij het op en gaat weer naar zijn ouders in Etten, waar hij de zomer van 1878 doorbrengt in afwachting van nieuwe mogelijkheden. Hij zoekt die nu in België. Met de hulp van zijn vader en dominee Slade-Jones uit Isleworth bezoekt hij Brussel om te bezien of de Vlaamse opleidingsschool voor evangelisten toekomst biedt. Ze spreken daar met de dominees Abraham van der Waeyen Pieterszen en Nicolaas de Jonge. Vincent krijgt de kans een tijdlang in Brussel te studeren ter voorbereiding van een aanstelling als evangelist in de mijnstreek De Borinage.

In afwachting op zijn vertrek naar Brussel wandelt Vincent op 22 juli 1878 met zijn broertje Cor naar de Pannenhoef, een natuurgebied tussen Etten en Zundert, waar ze samen een kaart tekenen van het dorp en de omgeving. Daarop noteren ze de namen van protestantse families uit hun kennissenkring: ‘van morgen gingen Cor die vacantie heeft & ik weer naar de hei en ’t mastbosch, een eind voorbij het Molenend en gingen hei halen voor zijn konijnen die daar blijkbaar veel van houden want het is ook hun natuurlijk voedsel voor een goed deel, en het een & ander om een bloemenmandje mede te vullen.─ Wij zaten eenigen tijd in ’t mastbosch en teekenden zamen een kaartje van Etten en omstreken met den Bremberg & Haansberg & t’Slagveld & de Geestestraat en Sprundel & t’Heike & de Hoeve.’ 

Na het huwelijk van zijn zus Anna met Joan van Houten, dat plaatsvindt in Etten, vertrekt Vincent eind augustus naar Brussel om aan zijn opleiding te beginnen. Drie maanden later reist hij door naar Wasmes om aan de slag te gaan als evangelist onder de mijnwerkers. Hij start vol goede hoop. ‘Het volk hier heeft wel iets eigenaardigs en aantrekkelijks vanwege zijne eenvoudigheid en goedhartigheid gelijkerwijs ook het Brabantsche volk te Zundert & Etten’ , schrijft hij aan Theo.

Ondanks, of misschien juist dankzij, zijn grote toewijding en betrokkenheid bij de mijnwerkers verliest Vincent zijn baan. Zijn meerderen vinden dat hij te weinig afstand houdt tot de arbeiders. Hij verhuist naar het nabijgelegen Cuesmes en belandt in een crisis. Voor een lange periode stopt hij de correspondentie met Theo, hij leeft tijdelijk teruggetrokken, maakt lange wandelingen door de natuur, gaat te rade bij de dominee-schilder Pieterszen in Sint Maria Horebeke en onderneemt een pelgrimage naar het atelier van Jules Breton in Courrières. Het leidt ertoe dat hij besluit om te kiezen voor het kunstenaarschap. ‘Welnu, toch heb ik juist in die diepe ellende mijn energie voelen terugkomen en bij mezelf gezegd: ik zal er hoe dan ook weer bovenop komen, ik zal mijn potlood weer oppakken, dat ik in mijn grote moedeloosheid had neergelegd, en ik ga weer tekenen.’

Hij verblijft korte tijd in Brussel, waar hij contact zoekt met andere kunstenaars en bevriend raakt met de kunstschilder Anthon van Rappard (1858-1892). Vervolgens keert hij opnieuw terug naar het ouderlijk huis in Etten. dit keer voor een wat langere periode: 9 maanden. Met Kerstmis 1881 verlaat Vincent na een fikse ruzie met zijn vader de Ettense pastorie definitief.

Contact

Adres:
Roosendaalseweg 4
4875 AA Etten-Leur
Plan je route