Hoe kwam Vincent van Gogh in Etten terecht?

Kort: Vincent werd op 30 maart 1853  geboren in Zundert. Recht tegenover de pastorie stond de dorpsschool waar hij leerde lezen en schrijven. Tekenen leerde hij thuis van zijn moeder. Zij bracht hem ook de liefde voor de natuur bij. Waarschijnlijk omdat ze de omgang met de andere kinderen te ruw vond, haalde Moe hem voortijdig van school af. Op 11-jarige leeftijd ging hij naar de kostschool in Zevenbergen. Twee jaar later ging hij naar de HBS in Tilburg. Vincent woonde er bij een gastgezin. Ook dat werd geen succes.

 

Toen hij 16  was, kreeg hij een baantje bij de Haagse kunsthandel Goupil & Cie. Daar was zijn oom Vincent ('Cent') mede-eigenaar. Hij werkte wat in het magazijn en deed de administratie. Na vier jaar werd hij overgeplaatst naar een filiaal in Londen. Hij woonde er in drie verschillende kosthuizen, maar werd er niet gelukkig. En daarom wees zijn moeder hem op een baantje in de kunsthandel in Parijs. We zijn dan in 1875. Al snel keek Vincent uit naar Kerstmis. Naar het moment om de feestdagen thuis door te brengen. Thuis in Etten.

.

Etten, 1881: Het begin van een carrière.

Een leven vol strijd. Kenmerkend voor Vincent van Gogh. Mislukt in zijn pogingen om kunsthandelaar, onderwijzer en predikant te worden, besluit hij voorjaar 1881 zijn leven een nieuwe richting te geven. In april van dat jaar stapt de 27-jarige Van Gogh uit de trein in Etten. In Brussel blijven wonen was te duur. Thuis logeren, bij zijn ouders in Etten, was goedkoop. 

Het kantelpunt in Vincents leven

Met hangende pootjes arriveert Vincent eind april 1881 bij de pastorie in Etten, bij pa en ma. Echt welkom is hij niet. Aan de keukentafel vertelt hij eindelijk zijn roeping te hebben gevonden. Hij zou kunstenaar worden. Alles wat bij het boerenleven hoorde zou hij gaan onderzoeken en tekenen. Etten werd het kantelpunt in het leven van Vincent van Gogh.

Zaaien in Etten, oogsten in Frankrijk

Het begin van Vincents carrière

Na zijn pogingen om kunsthandelaar, onderwijzer en predikant te worden trekt Vincent van Gogh op 28-jarige leeftijd, in maart 1881, voor een half jaar bij zijn ouders in de pastorie te Etten. Vincent gaat schetsen, tekenen, werkt dag en nacht.
Een aantal ingrijpende gebeurtenissen in de familie en in de liefde doen hem beseffen dat hij zich tot dan toe liet leiden in zijn keuzes door wat ánderen van hem verlangden. Hij keert het geloof in de kerk de rug. Het geloof in zichzelf als kunsenaar groeit met de dag.

 

Vincent van Gogh in Etten

Op dinsdag 12 april 1881 arriveerde Vincent van Gogh vanuit Brussel op het oude station in Etten-Leur. Volkomen berooid keerde hij terug naar de ouderlijke pastorie in het Brabantse Etten waar zijn vader van 1875 tot 1882 dominee was. Hij was mislukt als kunstverkoper, onderwijzer en prediker en had zijn opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel afgebroken.

Een belangrijk besluit

Op 17 april 1881, met Pasen, vond in de pastorie in Etten een familieberaad plaats. Eindelijk wist Vincent, die al 28 jaar was, wat hij wilde. Hij wilde kunstenaar worden en Etten was daarvoor de geschikte plaats. In brief nr. 166 van ca. 30 april 1881 schreef hij aan zijn broer Theo: “Ik ben zoo blij, dat het alzoo geschikt is, dat ik eenigen tijd hier rustig kan werken, ik hoop zooveel studies te maken als ik maar kan, want dat is het zaad waar later teekeningen van komen”. In het bevolkingsregister van de Gemeente Etten-Leur liet hij zich voor het eerst als kunstschilder registreren.

De zaaier

In Etten had de 28-jarige Vincent zijn eerste atelier, de leerkamer, het aanbouwtje aan de pastorie waar zijn vader catechisatieles gaf. De eerste tijd legde hij zich toe op het maken van kopieën naar Millet, de Franse realist, die hij zeer bewonderde. In brief 166 omstreeks 30 april 1881 schrijft hij hierover: “Ik ben intusschen begonnen aan de Millets, Le semeur is af & de 4 heures de la journée geschetst. En nu moeten daarbij nog komen Les travaux des champ”. Net als Millet tekende hij het harde boerenleven in Etten en omgeving.

Naar de hei

Bij slecht weer tekende Vincent binnen, in zijn atelier. Maar bij mooi weer trok hij erop uit. Zoals in juni toen zijn schildersvriend Anthon van Rappard, die hij kende van de academie in Brussel, twaalf dagen in Etten kwam logeren. Samen gingen ze op pad. 
“We zijn zamen nog al veel uitgeweest, verscheiden malen o.a. naar de hei bij Seppe, naar de zoogenaamde Passievaart, een groot moeras. Aldaar heeft Rappard een groote studie geschilderd (1 meter bij 50) waarin veel goeds was. Overigens heeft hij een stuk of 10 kleine sepia’s gemaakt, ook in ’t Liesbosch”. 

Verliefd op Kee Vos

In augustus kwam zijn nichtje de weduwe Kee Vos-Stricker met haar zoontje op pastorie logeren. Vincent verklaart haar de liefde. Kee wijst Vincent resoluut af met de woorden “Nooit, Neen, Nimmer”.  Zowel Vincents ouders als de ouders van Kee vonden dat hij geen partij was voor Kee. Maar Vincent was vasthoudend en gaf niet op. Het leidde dagelijks tot twistgesprekken in het gezin. Dat escaleerde op kerstavond toen Vincent weigerde met Kerstmis de dienst van zijn vader bij te wonen. Die werd daarover zo boos dat hij Vincent de deur wees.

Herinnering aan de tuin in Etten

Nooit keerde Vincent nog terug in Etten. Maar hij was Etten niet vergeten. Toen Gauguin hem in Arles uitdaagde ook eens iets uit zijn hoofd te schilderen, maakte hij misschien wel zijn meest expressieve werk ‘Souvenir du jardin à Etten’ met daarop zijn moeder en zus Willemien. Etten was het keerpunt in zijn leven, hier legde hij de basis voor zijn latere kunstenaarschap. 

Vincent verliet Etten als kunstenaar.

Wat Vincent gezaaid had, kon hij oogsten

Van de vele tekeningen die hij in Etten maakte, zijn er wereldwijd nog ca. 100 bewaard gebleven. Ettense thema’s als de hard werkende boeren, de stoel, de bomen en de zaaier komen later in zijn werk terug. Wat hij in Etten gezaaid had, kwam in Frankrijk tot bloei.

 

"Spitters, zaaiers, ploegers, mannen & vrouwen moet ik nu onophoudelijk teekenen. Al wat tot het boerenleven hoort onderzoeken & teekenen. Evenals veel anderen dat deden & doen. Ik sta nu niet meer zoo magteloos voor de natuur als vroeger."

(Vincent aan Theo, Etten, september 1881)